Actions

Work Header

Het Verzet

Chapter Text

Jeroen daalde de trap af, de fietskelder in. Daar schoof hij een paar fietsen opzij, van een luik af dat je alleen open kon doen door aan een kleine ring te trekken die verstopt was onder de brede band van een mountain bike. Zodra hij het met twee benen in het gat stond, pakte hij een zaklantaarn uit zijn zak en knipte hem aan. Toen daalde hij de smalle ladder af. Hij sloot het luik boven zijn hoofd en met de lantaarn tussen zijn tanden daalde hij verder af de koker in, waarna hij het ondergrondse gangenstelsel van Amsterdam betrad. Dat stelsel bestond uit rioolgangen, stukken metrotunnel en tunnels voor de mensen die onderhoud plegen aan beide stelsels. Beneden aangekomen pakte hij zijn iPhone en zocht de Ondergrondse App op. Zo kon hij zonder te verdwalen door de gangen komen op de plek waar hij moest zijn.

De rugzak op zijn rug was oud en versleten en bemoeilijkte hier en daar zijn doorgang als er een smalle gang genomen moest worden. Na ongeveer een half uur lopen was hij waar hij wilde zijn: een van de weinige deuren in de ondergrondse met daarachter een kleine vierkante kamer, amper zestien vierkante meter groot.

*klopperde klop klop* wacht *klop klop* deed hij op de deur. Achter de deur klonken voetstappen en het klikken van een pistool.

“Alles voor Nederland”, zei een stem die Jeroen direct herkende.

“En Nederland voor alles”, antwoordde hij.

Achter de deur werd het pistool met een doffe bonk op een houten oppervlak gelegd en er klonk gerinkel van sloten. Toen ging de deur open en Jeroen keek in de twinkelende ogen van zijn beste vriend, die hem binnen wenkte. Zonder iets te zeggen stapte Jeroen naar binnen en achter hem werden de sloten weer op de deur gedaan. Jeroen deed ondertussen zijn rugzak af en zette deze op het bed in de hoek. In de andere hoek van de kamer stond een bureau met een TL lamp erboven en een opengeklapte laptop erop. Daarnaast stond een lage tafel met daarop een radio en een tv. Tegen de muur naast de deur stond een klein gasfornuis. Er hing een wasbak aan de muur en daarnaast stond een grote kast met twee dichte deuren. Het kamertje was te vol voor de ruimte die het had en echt ventilatie was er niet.

De deur was inmiddels dicht en de vrienden draaiden zich naar elkaar toe om elkaar met een stevige, lange knuffel te begroeten. Het was lang geleden sinds ze elkaar voor het laatst hadden gezien.

“Heb je nieuws?”, vroeg de ene aan de nieuwkomer.

“Meer dan je zal willen weten, Dennis”, antwoordde Jeroen hem. “En ik heb nieuw proviand voor je voor komende week. Hij liep naar zijn rugzak en begon uit te pakken. Blikken voedsel kwamen tevoorschijn, evenals een stapel kranten en een stapel schone kleren. “Meer kreeg ik er niet in”, verontschuldigde hij zich half.

“Ah man, dit is al meer dan te gek”, antwoordde Dennis terwijl hij de blikken en de kleren weg borg in de kast. De kranten legde hij bovenop een grote stapel oude kranten op het bureau. “Vertel op, wat is het laatste nieuws?”

“Het Kinkerkwartier is opgerold.” Jeroen zei het snel, maar het effect was er niet minder om. Dennis verschoot van kleur en zakte neer op het bed. Hij moest even bekomen van dat nieuws. Jeroen keek zwijgend toe. Hij had medelijden met zijn vriend. Het was niet niks waar hij doorheen moest. Was die stomme oorlog nou maar nooit uitgebroken.


Het heette de Europese Oorlog. Door het gedoe met de Euro en de Eurocrisis werden de mensen in de rijke West-Europese landen zenuwachtig. In Nederland had Geert Wilders eindelijk de macht weten te grijpen en hij mocht in het torentje voor Minister President spelen. Al snel besloten hij en zijn ministers, onder luid protest van de ene helft van de samenleving en hevige toejuiching van de andere helft, dat Nederland wel zelfstandig verder kon.

Dat was tegen het zere been van de EU, maar gelijk volgde er een hele golf van andere landen die hetzelfde besloten. Duitsland haakte af, Oostenrijk haakte af, Denemarken haakte af, Zweden haakte af en Finland haakte af. Daarmee werd het epicentrum van de EU verplaatst naar Zuid-Europa.

Het bleek al gauw dat de Zuid-Europese landen niet zonder het geld van de rijke West- en Noord-Europese landen verder konden. Ze gingen hard achteruit. Frankrijk probeerde nog wel om wat te doen, maar het was als druppels water op een gloeiende plaat. Al snel was de armoede zo groot dat er in die landen een enorme woede ontstond tegen de oud-bondgenoten die hen in de steek hadden gelaten.

We hadden het aan kunnen zien komen, maar toch kwamen ze volledig onverwacht. De soldaten. Uit Spanje, uit Frankrijk, uit de Balkanlanden en zelfs uit België kwamen ze Nederland, Oostenrijk en Duitsland in gemarcheerd.

Soldaten werden gemobiliseerd, maar omdat er tijdenlang te veel was bezuinigd op Defensie, was het materieel te oud, was de hoeveelheid te weinig en na een paar stevige bombardementen op Den Haag, Haarlem, Schiphol en Eindhoven gaf Nederland zich gewonnen.

Ons land werd nu gedwongen tot het ophoesten van het geld om de Zuid-Europese landen te redden. Duitsland vocht nog hevig terug, maar werd stukje bij beetje ingenomen. Denemarken werd vanuit Nederland en Duitsland aangevallen, maar was stukken moeilijker te veroveren door de hoeveelheid eilanden. Toch moest ook Denemarken zich uiteindelijk gewonnen geven.

Geert Wilders kreeg alle kritiek en schuld over zich heen en werd uiteindelijk, ondanks zijn bizar grote beveiliging, vermoord. De nieuwe Minister President werd aangesteld door de bezetters en volgde al hun bevelen op.


Al vanaf het moment dat Geert Wilders met het plan kwam om uit de EU te stappen, had Dennis een tegengeluid gegeven. Toen het steeds verder naar de afgrond leek te gaan, mobiliseerde hij zelfs een verzet. Omdat hij bekend was, kreeg hij veel mensen mee in zijn plannen. Van de lading kritiek waaronder hij bedolven werd, trok hij zich niks aan. Onder zijn leiding werden er door het hele land verzetsgroepen opgezet. De pers werd gecontroleerd door Geert Wilders, dus verspreidden zij kranten met het echte nieuws. Hij maakte programma’s die een tegengeluid lieten horen en wist die op tv te krijgen. Connecties door heel televisieland die hij in de jaren op had gedaan kwamen goed van pas.

Jeroen had in het begin gedacht dat de plannen van zijn vriend maar tijdelijk zouden zijn, maar zodra ze serieus bleken te zijn, had hij alles gedaan dat in zijn macht lag om hem te helpen. Zelf was hij hoofd van en verzetsgroep aan de kop van de Keizersgracht en hij kwam met de beste ideeën van tv-programma’s en had nog meer connecties dan Dennis om ze op de buis te krijgen.

Zodra Nederland bezet was, was Dennis gedwongen ondergronds gegaan, en met hem meerdere verzetsleiders in andere steden. Vervolging was aan de orde van de dag. Gelukkig was het netwerk van het verzet zo groot dat het voor de bezetters moeilijk was ze de kop in te drukken. Bovendien hadden ze het hoofd van de beweging niet kunnen opsporen. Die had maandenlang goed na kunnen denken over een schuilplaats.

De allereerste verzetsgroep die er was ontstaan heette “Het Kinkerkwartier”, genoemd naar de straat waar Dennis woonde voordat de oorlog uitbrak en was ook daar gelokaliseerd. Dit waren zijn dierbaarste mensen, degenen die hem gedwongen hadden om ondergronds te gaan, ook toen hij dat zelf niet wilde. Zij waren degenen die hem bleven vertellen dat hij de belangrijkste schakel was, hoewel hij zelf niks om zijn leven gaf. Dat juist deze groep opgerold was door de vijand was een grote schok voor Dennis. Het deed hem meer dan als bijvoorbeeld een van de groepen in Utrecht zou zijn opgerold.

“Wanneer?”, vroeg hij met schorre stem.

“Gisteravond”, antwoordde Jeroen. “Miguel, Noortje, Ben en Marnix waren de kranten aan het drukken. Noortje was net in de achtertuin en kon op tijd weg komen. De andere drie zijn opgepakt. Het huis staat onder permanente bewaking van de bezetters. Ik heb het zelf gezien.”

Dennis sloeg zijn handen voor zijn gezicht bij het horen van de namen van zijn vrienden. De eersten die met hem mee waren gegaan in het verzet. Hij was destijds zo trots op ze geweest. En nog steeds. Maar nu bleek dat hij ze regelrecht de afgrond in had gejaagd.

“Hoe is Noor?”, vroeg hij.

“Ze is opgevangen door de groep in Oost. Via hen is het nieuws doorgekomen richting mij. Ze maakt het goed, maak je maar niet ongerust.” Maar de blauwe ogen die opkeken uit de handen stonden zo vol met verdriet dat Jeroen wist dat dit beetje positief nieuws Dennis niet zou opvrolijken. Hij ging naast zijn vriend op bed zitten en sloeg zijn arm om hem heen. “Het is een grote klap voor ons allemaal.”

“Wat heb ik gedaan?!”, jammerde Dennis in zijn handen. “Marnix, Ben, Miguel… Miguel… Het spijt me zo.”

Jeroen klopte Dennis onhandig op zijn rug en begon zijn vriend toen wat moed in te spreken. “Niets is jouw schuld, Dennis. Iedereen wist waar hij aan begon toen ze ja zeiden tegen jouw plan. Ze waren allemaal bereid hun leven te geven voor onze vrijheid.”

Het hielp niet. “Ja, zij wel. Maar ik ziet hier beneden opgesloten in deze kamer in plaats van dat ik daarboven ben en ook gevaar loop en mee strijdt aan het front. Ik ben een watje.”

“Doe niet zo raar, Dennis! Jij bent de leider. Als ze jou oppakken, martelen ze je dood en dan is van de ondergrondse niks meer over. Jij zit hier om het hele verzet te redden, niet jezelf.”

Dennis deed zijn mond open om te protesteren, maar Jeroen was hem voor. “Nee, je weet zelf dat het waar is. Stop met jammeren. Ja, ze hebben de eerste en de hoofdgroep van het verzet opgerold. Dat is een tegenslag. Maar de Dennis die ik ken, de leider die dit allemaal heeft opgezet, zou zich door één tegenslag niet laten kisten.” Jeroen boog voorover en dwong Dennis hem aan te kijken. “Jij bent sterk, Dennis. Wij zijn sterk. We zullen ze dit betaald zetten. Nu, sta op en wees de leider die je bent. De groepen wachten op een reactie van jou. Je moet ze oppeppen, moed inspreken en doorgaan met de plannen die we hebben.”

Even was het stil. Toen stond Dennis op. “Je hebt gelijk ook. Ze hebben ons hoofdkwartier, ze hebben een paar van onze belangrijkste mensen, maar ze hebben nog geen fractie van ons hele netwerk. We verplaatsten de hele boel. Jij, Jeroen, jouw groep wordt ons nieuwe hoofdkwartier. Verder moet ik verhuizen. Miguel is de enige van die groep die weet waar ik zit en hij gaat liever dood dan dat hij mij verraadt, maar voor de zekerheid doen we het toch. Ik zal vandaag om 4 uur alle groepen toespreken via de gebruikelijke weg.”

Er brak een brede lach door op Jeroens gezicht en zijn ogen stonden vol trots. “Zo mag ik het horen Dennis. Alles voor Nederland!”

“En Nederland voor alles!”, vulde Dennis aan. De twee vrienden omhelsden elkaar nog eens stevig.

“Ik wil morgen de groep in Oost bezoeken”, zei Dennis toen. “Kun jij ervoor zorgen dat ze dat weten én wil je mij nog een plezier doen?”

“Jou altijd”, glimlachte Jeroen.

“Wil je me morgen vergezellen tijdens de tocht van hier naar Oost?” Hij vroeg het met een bijna verlegen glimlach om zijn lippen.

“Natuurlijk”, zei Jeroen gul. “En ik zal ervoor zorgen dat morgen tijdens dat bezoek een aantal jongens de boel verhuist van hier naar… wat denk je, terug onder het Kinkerkwartier? Dat lijkt mij nou humor.”

“Nee, met de ruimte onder het Kinkerkwartier heb ik andere plannen. Ik wil meer richting het centrum, of misschien wel oost. In de buurt van Carré?”

“Ik zal kijken wat we beschikbaar hebben daar", antwoordde Jeroen.

Na deze conversatie namen de mannen afscheid van elkaar. Jeroen vertrok weer de donkerte in, zijn rugzak vol met Dennis’ vuile kleren en afval. Dennis bleef alleen achter in de kleine kamer in het ondergrondse gangenstelsel van Amsterdam.