AO3 News

Post Header

Published:
2015-11-13 12:20:14 -0500
Original:
What The Trans Pacific Partnership Means For Fans
Tags:

Schijnwerper op Juridisch

Het Trans Pacific Partnership (Trans Pacifische Partnerschap) is een voorgesteld verdrag tussen 12 naties: Australië, Brunei Darussalam, Canada, Chili, Japan, Maleisië, Mexico, Nieuw Zeeland, Peru, Singapore, de Verenigde Staten, en Vietnam. Veel mensen hebben hun kritiek geuit over de omstreden geheimzinnige manier waarop dit verdrag tot stand is gekomen over de laatste 5 en een half jaar, maar op 4 oktober 2015 zijn dan eindelijk de onderhandelingen afgerond en hebben alle leden een principe akkoord bereikt over het verdrag waarvan de tekst op 5 november is vrijgegeven door de U.S. Trade Representative.

Dit verdrag is nog door geen van de leden voor de wet getekend, en het kan maar zo zijn dat dit ook niet gebeurt. Maar de taal en concepten uit deze overeenkomst zouden de wet kunnen worden in tenminste een aantal van de 12 landen die lid zijn - net zoals andere naties die lid worden in de toekomst - dus het is voor fans een goed idee om te begrijpen wat de impact van de intellectueel eigendom provisies van dit verdrag wel - of niet - zal zijn op fan activiteiten. We willen deze informatie nu geven, terwijl landen overwegen om het TPP over te nemen, om fans de mogelijkheid te geven om het TPP plannen van hun overheid te bekijken en hier commentaar op te geven, mochten ze dit willen.

In bijna elke situatie vereist het verdrag van de naties die lid zijn om hun bescherming voor rechthebbenden te versterken als een minimum basis voor intellectueel eigendomsrechten; landen zijn toegestaan om sterkere beschermingen in te stellen dan door het verdrag wordt geëist. Landen die lid zijn wordt vaak toegestaan, en zelfs aangemoedigd, om uitzonderingen te maken die fans beschermen (en andere gebruikers of ‘follow-on’ makers), maar dit zijn ze in geen enkel geval verplicht. Als resultaat hiervan zijn de beschermingen die worden voorgesteld in het verdrag voor rechthebbenden veel sterker dan de beschermingen voor fans. Het verdrag heeft aanzienlijke problemen, zoals hieronder besproken, en geeft niet de bescherming voor fans waarop we hadden gehoopt. Over het geheel genomen kunnen we stellen dat het verdrag de intellectueel eigendomswetten van de V.S. exporteert naar de andere 11 landen, waardoor de intellectueel eigendomswetten van deze landen dichter bij die van hun Amerikaanse tegenhangers komen te liggen.

Hier zijn een aantal gebieden waar juridische veranderingen mogelijk een impact hebben op fan activiteiten in landen die zich bij het verdrag hebben gevoegd. Naast de standaard provisies, hebben we een aantal specifieke aandachtsgebieden aangestipt voor fans in de V.S., Canada, Chili en Japan. We blijven op de uitkijk voor zaken die specifiek betrekking hebben op de overige landen.

1. Eerlijk Gebruik en Eerlijke Omgang

Het verdrag moedigt de landen die lid zijn aan om “balans” te hebben in copyright wetten, wat uitzonderingen omtrent eerlijk gebruik en eerlijke omgang in copyright schendingen zou moeten omvatten, maar het verplicht hen niet om iets in het bijzonder te doen om gebruikers of ‘follow-on’ makers te beschermen. Voor landen die al eerlijk gebruik of eerlijke omgang wetten hebben, verandert dit niets, dus het doet niets af aan het eerlijk gebruik in de Verenigde Staten of de eerlijke omgang en de “YouTube Uitzondering” in Canada. Over het algemeen bevat het veel taal die verwijst naar een behoefte aan balans, maar hoewel de pro-bescherming provisies vereisten zijn, zijn de meeste provisies die de rechten voor gebruikers steunen enkel suggesties. Zo geeft het verdrag bijvoorbeeld alleen aan dat partijen “ernaar streven om toepasselijke balans te verkrijgen in het copyright en gerelateerde rechten systeem,” maar het geeft weinig richting of houvast over wat voor balans landen kunnen zien als “toepasselijk.”

Het verdrag geeft leden wel de mogelijkheid om beperkingen of uitzonderingen te hebben op copyright dat “legitieme doelen in overweging neemt, zoals, maar niet gelimiteerd tot: kritiek; commentaar; nieuws verslaggeving; scholing, wetenschap, onderzoek, en andere vergelijkbare doelen; en het toegankelijk maken van gepubliceerde werken voor personen die blind zijn, visueel gehandicapt, of op andere wijze geen toegang hebben tot geprinte werken.” Dit zijn allemaal belangen die parallel lopen aan bestaande eerlijk gebruik en eerlijke omgang wetten, en met vele fan activiteiten. Maar het verdrag vereist geen eerlijk gebruik of eerlijke omgang wetten van de landen die lid zijn, en het heeft helemaal niets gezegd over hoeveel moeite de leden moeten doen om richting de copyright balans te gaan. Dus dit is niet persé slecht nieuws voor fans, maar dit hoeft ook niet een verbetering of uitbreiding van rechten voor fans te zijn.

2. Vidding en Technologische Bescherming Maatregelen

Het verdrag vereist van de landen die lid zijn dat ze in “anti-omzeiling” wetten voorzien die mensen straffen voor het breken van “technologische bescherming maatregelen” (dat wil zeggen, encryptie, of DRM) op werken met copyright, of het maken van middelen waarmee dit mogelijk is. Het verdrag eist dat de straf voor het schenden van deze wetten zowel burgerlijke als strafrechterlijke straffen omvat voor moedwillige schending. Het dwingt de leden ook om omzeiling illegaal te maken zelfs als de omzeiling niet leidt tot schending van het copyright.
Dit lijkt sterk op de anti-omzeiling provisies die bestaan in de V.S. onder de Digital Millennium Copyright Act - en dit is slecht voor fans, voor precies dezelfde redenen dat de V.S. provisies slecht zijn. Zo zijn vidders bijvoorbeeld afhankelijk van het breken van de DRM encryptie op DVD’s en online video bronnen om hoge kwaliteit vids te kunnen maken.

In de V.S. heeft de OTW (Organisatie voor Transformatieve Werken) hard gevochten en een vrijstelling gewonnen waarmee vidders DVD, Blu-Ray en online video encryptie mogen breken. Deze vrijstelling loopt geen gevaar door het verdrag, dat zegt dat de leden vrijstellingen “mogen” maken waar een “bestaande of mogelijk ongunstige impact van deze maatregelen is op de niet-inbreuk makende gebruiken”- zoals de vrijstelling voor vidding. Maar dit verplicht de landen niet om de vrijstellingen aan te nemen of een kader te creëren en de vrijstellingen voort te zetten. Daarom moeten de deelnemende landen encryptie regels importeren in hun copyright codes, maar ze kunnen er ook voor kiezen om helemaal geen uitzonderingen te maken, of ze kunnen ervoor kiezen om het inefficiënte en lastige systeem dat we in de V.S. hebben te gebruiken. Het verdrag eist ook dat wanneer landen overwegen om uitzonderingen te maken, ze hierbij ook in beschouwing nemen of rechthebbenden niet al maatregelen hebben genomen om ervoor te zorgen dat niet-inbreukmakend gebruik mogelijk is.
Dit betekend dat rechthebbenden mogelijk proberen om te vertrouwen op “screen capture” en andere gelijksoortige technologieën waarvan ze beweren -- ten onrechte -- dat deze het vidders toestaat om vids te maken zonder het origineel te decrypten.

3. Het Publieke Domein

Het publieke domein is het universum van werken die niet beschermd zijn door intellectueel eigendom wetten, of omdat de bescherming is verlopen of omdat de wet ze in de eerste plaats al niet beschermde. Het publieke domein is belangrijk voor fans omdat het werken representeert waarvoor fans niet afhankelijk hoeven te zijn op uitzonderingen zoals eerlijk gebruik of eerlijke omgang om follow-on werken te maken.
Het verdrag verklaart dat de partijen “het belang herkennen van een rijk en toegankelijk publiek domein,”en “erkennen het belang van informatieve materialen… die assisteren in de identificatie van onderwerpen die binnen het publieke domein vallen,” maar het bevat geen bevestigende plicht naar de leden om een robuust publiek domein te promoten, preserveren of identificeren. Dit is teleurstellend- maar hoewel het de landen niet verplicht om zaken beter te maken voor het publieke domein, vereist het ook niet dat de landen de zaken slechter maken, met de uitzondering van de duur van het copyright, wat we hierna beschrijven.

4. Copyright Duratie

Het verdrag vereist dat de leden de copyright bescherming verlengen zodat werken nog 70 jaar beschermd zijn na het overlijden van de auteur of, voor werken die zijn gecreëerd door anonieme, pseudonieme, of corporate entiteiten, 70 jaar na publicatie. Dit betekent een verlenging van 20 jaar in vergelijking met de vorige verdragen, maar is nog steeds korter dan copyright in de V.S., dat tot 70 jaar na het overlijden van de auteur geldt, maar 95 of 120 jaar geldig is als de werken zijn gecreëerd door anonieme, pseudonieme, of corporate entiteiten. Uiteindelijk kan het zijn dat deze verlenging van 20 jaar geen praktisch verschil maakt voor veel werken - het is hoe dan ook een lange tijd - maar het betekent wel dat het langer duurt voor werken in het publieke domein komen, wat slecht nieuws is voor fans. Het goede nieuws is dat het verdrag de landen die lid zijn niet verplicht om materiaal uit de copyright bescherming te trekken als deze al is verlopen.

5. Notice-en-Takedown en Fan Privacy

Het verdrag eist van de leden om een “veilige haven” te hebben voor Internet Service Providers (“ISP’s”) die een notice-en-takedown instelling hebben die veel lijkt op degene die is gecreëerd door de Digital Millennium Copyright Act (“DMCA”) van de V.S.. Het eist ook van de leden om juridische procedures te maken, zoals die in de DMCA, die rechthebbenden de mogelijkheid geeft om informatie te verkrijgen over de identiteit van vermoedelijke schenders zodat ze copyright directer kunnen afdwingen. Er zijn een aantal uitzonderingen voor landen zoals Canada, dat een “notice-en-notice” systeem heeft, en Chili, waar ISP’s niet verplicht zijn om inhoud offline te halen zonder een juridisch bevel. Deze uitzondering zijn beperkt tot deze landen; alle anderen zijn gebonden aan een V.S.-achtig systeem.

Hoewel het verdrag een aantal beschermingen in plaats heeft voor fans, zoals straffen voor rechthebbenden die onterechte takedown notices uitgeven, blijft het ongebalanceerd. Het geeft de leden de mogelijkheid tot het instellen van een “counter-notice” procedure zoals degene in de DMCA die gebruikers toestaat om hun materiaal te herstellen in het geval van een onterechte takedown, maar het verdrag verplicht ze hier niet toe. Zo staat het ook een Japanse stijl systeem van verificatie van takedown notices door een onafhankelijk orgaan toe, maar ook dit wordt niet verplicht.

Privacy problemen lopen ook samen met de provisies van het verdrag met betrekking tot internet domeinnamen, wat van landen vereist dat ze “online publieke toegang geven tot een betrouwbare en accurate database met contact informatie” van domeinnaam registraties. Hoewel deze provisie de privacy voor domeinnaam registranten zou ondermijnen, zijn er waarschijnlijk wel manieren om hier omheen te werken. Als eerste zou het alleen van toepassing zijn op registranten in landen die zich hebben ingeschreven op het TPP. De Europese Unie, die strikte privacy wetten heeft, zou toegang tot of verspreiding van deze informatie voor EU domeinnaam registranten die EU inwoners zijn kunnen proberen te blokkeren. Bovendien zou deze provisie het mogelijks niet kunnen voorkomen dat registranten moeten vertrouwen op oplossingen die een “middelste man” gebruiken (zoals GoDaddy en Register-dot-com), die de informatie van de registranten opslaan in hun eigen databases, zichzelf identificeren als Domain Name Contacts, en communicatie doorsturen naar de registranten zonder de identiteiten van de registranten of hun contact informatie publiekelijk toegankelijk te maken voor het hele internet.

6. Criminele Straffen

Tot slot voorziet het verdrag in criminele straffen voor copyright schenders. Dit is niet geheel nieuw: veel landen, waaronder de V.S., voorzien in criminele straffen voor bepaalde soorten van copyright schending, sommigen vrij streng. In de V.S. zijn zulke straffen vooral bedoeld voor grootschalige piraterij operaties. Maar het verdrag vereist veel bredere criminele straffen, het eist van de landen die lid zijn om te voorzien in criminele straffen voor elke daad van moedwillige copyright schending “op een commerciële schaal”, zelfs als dit niet wordt gedaan voor een financiëel gewin, als de schending een “aanzienlijke schadelijke impact heeft op de belangen van de copyright” eigenaar op de marktplaats. Sterker nog, het gaat nog verder: leden moeten “competente autoriteiten” toestaan om juridische stappen te ondernemen voor criminele straffen zonder hiervoor een formele klacht in te dienen bij een privé partij of rechthebbende. Het lijkt er echter op dat het verdrag wel toestaat dat de leden de macht van de “competente autoriteiten” limiteert om copyright af te dwingen in situaties waar er sprake is van een “impact op de mogelijkheid van de rechthebbende om het werk te exploiteren in de markt”.

Omdat copyright eigenaren geen bezwaar maken tegen de meeste fan activeiten, is het idee dat autoriteiten anders dan de copyright eigenaar copyright kunnen afdwingen een grote zorg voor vele fans tijdens het onderhandelingsproces van het verdrag. Het was de drijfveer voor zeer vocale tegenstanders van vooral Japanse fans, die bezorgd worden dat cosplay, doujinshi, en andere fan activiteiten zouden worden onderworpen aan de reeds strikte copyright straffen van het land, hoewel Japanse copyright eigenaren al lang grootschalige verkoop van fanwerken toestaan, waaronder zelfs winkels die vooral fanwerken verkopen. De provisie is niet zo heftig als sommigen hadden gevreesd, omdat het alleen van toepassing is op schendingen die de exploitatiemogelijkheden van het werk van de copyright eigenaar schaden. Op 5 oktober heeft de Japanse regering een samenvatting van het TPP vrijgegeven die uitzonderingen bevestigde voor copyright schending op een (nog niet gespecificeerde) niet-commerciële schaal. In Japan wordt dit geïnterpreteerd door sommigen als een teken dat het lobbyen van fannish organisaties en juridische geleerden succesvol is geweest en dat de Japanse regering fanwerken wil beschermen, waarschijnlijk omdat het de sociale en (vooral) economische waarden als basis van Japanse manga cultuur herkent. Maar het is nog steeds onbekend hoe deze provisies precies worden weergegeven in Japanse en andere wetten. De angst blijft dat bepaalde aspecten van Japanse fan cultuur die makkelijker kunnen worden geïnterpreteerd als “commercieel”, zoals fanwerken winkels of individuele fans die een groot aantal exemplaren van hun werken verkopen nog steeds in de problemen kunnen komen. Zo zijn er dus nog steeds genoeg interessante ontwikkelingen op komst voor Japan. En voor alle landen die lid zijn--niet alleen Japan-- is het nog steeds onduidelijk waarom het verdrag überhaupt het afdwingen van copyright door niet-copyright houders zou toestaan, laat staan dit eisen onder welke omstandigheden dan ook.

Uiteindelijk zouden de criminele straffen van het verdrag geen impact mogen hebben op de fanwerken in een giften economie, of zelfs werk op basis van commissie, omdat ze alleen toepassing hebben op bewuste schending, en dan alleen schending op een “commerciële schaal” die een “aanzienlijke schadelijke impact” heeft op de belangen van de rechthebbende. Voor de meeste fanwerken, vooral de niet-commerciële transformatieve fanwerken waar de OTW zich op richt, zijn geen van deze drie dingen van toepassing, laat staan alle drie. En in landen met eerlijk gebruik en eerlijke omgang wetten zijn de meeste niet-commerciële fanwerken niet in overtreding, dus maken criminele straffen geen enkel verschil. Maar de criminele straffen provisies zijn vooral pijnlijk voor fans in landen waar ze zich niet tot eerlijk gebruik of eerlijke omgang kunnen wenden.

OTW Juridisch staat altijd voor je klaar om eventuele vragen over het TPP, of andere zaken die wetten rond fandom betreffen, te beantwoorden. Aarzel niet om ze een e-mail te sturen via legal@transformativeworks.org.

Deze nieuws post was vertaald door de vertalingsvrijwilligers van de OTW. Om meer te leren over ons werk, bezoek de Vertalingspagina op transformativeworks.org.